Léon Stynenstraat 75C
2000 Antwerpen
België
+32 3 248 55 99
advocaat@antaxius.be
Vind ons op Google Maps
Volg ons op
Het Hof van Cassatie velde op 7 december 2023 een belangrijk arrest met betrekking tot de toepassing van de verlengde aanslagtermijn (artikel 354, tweede lid WIB 1992). Belangrijkste punt van discussie was de vraag of het door dit artikel vereiste ‘bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden’ van fiscale aard moet zijn. Het Hof oordeelde dat dit niet noodzakelijk het geval is. Laten we de feiten en implicaties van deze uitspraak nader bekijken.
Een Luxemburgse vennootschap die binnenschepen exploiteert, huurde deze schepen van een Belgische vennootschap, die tevens als bevrachter fungeerde. Tijdens een fiscale controle in 2010 bij de Belgische eigenaar-bevrachter, oordeelde de Belgische Bijzondere Belastinginspectie (BBI) dat de Luxemburgse vennootschap feitelijk als een Belgische entiteit moest worden beschouwd. Bijgevolg was de Luxemburgse vennootschap aan Belgische vennootschapsbelasting onderworpen.
De BBI stelde dat de vennootschap naar buiten toe deed voorkomen dat zij een Luxemburgse onderneming was, terwijl zij in werkelijkheid in België gevestigd was. Hierdoor zou zij de Belgische vennootschapsbelasting ontduiken en zich onttrekken aan de wettelijke verplichtingen als werkgever van het varend personeel. Omdat er aldus sprake was van een bedrieglijk opzet vestigde de BBI in 2012 aanslagen in de Belgische vennootschapsbelasting voor de aanslagjaren 2007 tot en met 2011 waarbij de lonen die de Luxemburgse vennootschap aan haar personeel betaalde, werden onderworpen aan de afzonderlijke aanslag geheime commissielonen wegens het ontbreken van de vereiste fiscale fiches en samenvattende opgaven.
Na een afwijzende directoriale beslissing over haar bezwaarschrift, stelde de Luxemburgse vennootschap een vordering in bij de rechtbank van eerste aanleg. Deze rechtbank stelde de vennootschap in het gelijk. Volgens de rechtbank was niet aangetoond dat er sprake was van enig bedrieglijk opzet in hoofde van de Luxemburgse vennootschap. De BBI zou niet hebben aangevoerd dat bepaalde winsten ten onrechte niet werden onderworpen aan de vennootschapsbelasting, maar belastte enkel de lonen van het varend personeel als een geheim commissieloon. Bovendien zou niet concreet zijn aangetoond dat de Belgische sociale zekerheid bewust door de vennootschap werd ondermijnd.
In beroep werd dit vonnis door het hof van beroep te Antwerpen bevestigd. Volgens het Hof moet het bedrieglijk opzet waarvan sprake in artikel 354, tweede lid WIB 1992 betrekking hebben op de fiscale wetgeving en kan dit opzet niet worden afgeleid uit gemeenrechtelijke inbreuken. Een inbreuk op de sociale zekerheid volstaat volgens het Hof niet om de aanslagtermijn uit te breiden.
De Belgische Staat stelde een cassatievoorziening in tegen dit arrest.
Het Hof van Cassatie oordeelde dat het bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden zoals vervat in artikel 354, tweede lid WIB 1992 geen zuiver fiscaal opzet vereist. Voor de toepassing van de verlengde aanslagtermijn kan een inbreuk op een fiscaal voorschrift een ander bedrieglijk opzet hebben dan het ontduiken van de belasting.
Het materieel en moreel element van een inbreuk moet dus goed van elkaar worden onderscheiden. Het materieel bestanddeel vereist een inbreuk op de fiscale wetgeving, maar het moreel bestanddeel kan dus veel breder zijn en dient niet noodzakelijk fiscaal van aard te zijn.
Hierbij verwijst het Hof naar de definities van ‘bedrieglijk opzet’, met name de bedoeling om zichzelf of een ander een onrechtmatig voordeel te verschaffen. ‘Oogmerk om te schaden’ betekent de wil om nadeel te berokkenen, zelfs als de belastingplichtige zelf geen voordeel behaalt. Beide kunnen voortvloeien uit andere intenties dan belastingontduiking.
Deze uitspraak heeft belangrijke implicaties voor belastingplichtigen en hun adviseurs. Het betekent dat de belastingadministratie een bredere basis heeft om de verlengde aanslagtermijn toe te passen. Bedrieglijk opzet kan voortaan ook andere dan puur fiscale overtredingen omvatten, zoals bijvoorbeeld inbreuken op de sociale zekerheidswetgeving.
Ons team van gespecialiseerde advocaten staat u en uw bedrijf graag bij in haar confrontaties met de belastingadministratie, en dit vanaf de eerste onderzoekshandeling. Neem gerust contact op met mr. Frank Vandewalle (
Léon Stynenstraat 75C
2000 Antwerpen
België
+32 3 248 55 99
advocaat@antaxius.be
Vind ons op Google Maps
Volg ons op